De dynamische context van Public management


Doordat de overheid te maken heeft met een toenemende bedrijfsmatigheid, vervagenenigszins de grenzen tussen ‘publiek’ en ‘privaat’. Een probleem hierbij is dat de overheidgeen marktmechanisme kent. Een recente ontwikkeling is dat er meer oog is is voor de verschillen tussen overheidsorganisaties. Maatwerk is geboden.

In de jaren ’90 ontstond binnen de collectieve sector de beweging ‘new public management’.Een verzamelnaam voor de ontwikkeling naar een bedrijfsmatige overheid. Overheden kregende taak om instrumenten uit het bedrijfsleven over te nemen en te implementeren binnende overheidsorganisatie. Omdat de collectieve sector groot en divers is, denk aan gemeenten,belastingdienst, ziekenhuizen, politie en waterschap, heeft deze beweging gevolgen voorhet functioneren van de overheid. Niet alleen vanwege de bedrijfsmatige aanpak, maar ookvanwege de dynamische omgeving waarin de overheid opereert.

Doordat de overheid te maken heeft met een toenemende bedrijfsmatigheid, vervagen enigszins de grenzen tussen ‘publiek’ en ‘privaat’. Volgens prof. dr. Olaf Fisscher, opleidingsdirecteur van de Master of Public Management van de Universiteit Twente wordt er in de publieke sector primair aandacht besteed aan bedrijfsvoering. “Allerlei bedrijfskundige termen zoals het baten-lastenstelsel, resultaten- rekeningen, planning and control, managementsystemen en vraagstukken rondom efficiency en effectiviteit, werden in overheidsorganisaties geïntroduceerd”. Probleem daarbij is het feit dat de overheid geen marktmechanisme kent. Er bestaat geen duidelijk bedrijfsresultaat. Doordat bedrijfsinstrumenten in overheidscontext werden geplaatst, verzandden allerlei strategische plannen al gauw in dikke pakken papier, waaraan eigenlijk geen consequenties konden worden verbonden. “Een recente ontwikkeling is dan ook dat er meer oog is voor verschillen binnen de publieke sector. De ene overheidsorganisatie is de andere niet. Vanzelfsprekend zullen er daarom verschillen bestaan in bedrijfsvoering. Maatwerk is geboden. De invulling van de bedrijfsvoering moet per overheidsorganisatie of per dienst worden bekeken”.

Van oudsher heeft de overheid te maken met het vraagstuk hoe je in de overheid de verantwoordelijkheid zou moeten neerleggen. De overheid heeft vanuit het staatsrecht te maken met politieke verantwoordelijkheid. Met legitimatie en begrippen als doelmatigheid en rechtmatigheid. Een belangrijke ontwikkeling de afgelopen jaren is dat burgers meer en meer centraal staan in beleidsontwikkeling-en uitvoering. Burgers manifesteren zich. De publieke sector heeft tegenwoordig te maken met verschillende stakeholders. “De maatschappij, belangenverenigingen, actiegroepen en dergelijke. Daardoor moet je je als leidinggevende of afdelingshoofd meer dan ooit twee kanten op verantwoorden. Enerzijds verantwoording van de besteding van je middelen, anderzijds maatschappelijke verantwoording richting de brede kring van stakeholders”, aldus Fisscher. Meer dan ooit zijn leidinggevenden en afdelingshoofden in de publieke sector zichtbaar in alles wat zij doen. Fisscher: “Het dilemma van deze verantwoordelijkheden is het spanningsveld tussen de bedrijfsmatige aanpak en de publieke verantwoording.”

Naast ontwikkelingen in de mate van verantwoording, neemt het aantal spelers op de publieke markt toe. Afstemming van taken is daarom noodzakelijk. Prof. dr. Olaf Fisscher: “Organisaties met een min of meer publiek karakter zullen hun functie goed moeten afstemmen op andere voorzieningen en op de rol die de overheid in die bewuste taak vervult. Bijvoorbeeld de rol van de gemeente.” De laatste jaren is een ontwikkeling te zien dat de centrale overheid bepaalde taken delegeert naar lagere overheden of zelfs uitbesteedtaan private organisaties. Daarmee krijgt de overheid steeds meer rollen: regelgever, handhaver, producent, leverancier, opdrachtgever en uitvoerder. Deze trends geven ook aan dat in toenemende mate een professionaliseringsslag moet worden gemaakt om public management in goede banen te leiden. “Niet alleen public management bij de centrale overheid. Immers, wanneer de trits van ‘verantwoording, bevoegdheden en taken’ binnen de overheidsorganisatie op een lager niveau wordt gelegd, dan betekent dit dat ook integraal management in de lagere overheden vereist is”.

Een heel belangrijke trend binnen public management, vooral sinds de opkomst vanEuropa, is tevens de versterking van het internationale perspectief. “Europese wet-enregelgeving manifesteert zich zowel op nationaal niveau als bij de lagere overheden.Dat merk je bijvoorbeeld met aanbestedingen. Een ander voorbeeld van internationale verhoudingen is je personeel, afkomstig uit verschillende culturen. Dat neemt integratieen multi-culturele vraagstukken met zich mee, waarop je als organisatie en individueel alsleidinggevende voorbereid moet zijn”.

Een laatste trend, die invloed heeft op het vakgebied public management is de toenemendeinvloed van technologie, met name van ICT. “Door technologie ontstaan er fundamenteelnieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld in afstemming tussen organisaties of tussen diensten.Je bent een stuk minder plaatsgebonden dan vroeger. Dat zie je goed terug bij de politie bijvoorbeeld. De toenemende mate van professionalisering op het gebied van functionele gebieden, zoals ICT en financiën, zal daarom moeten worden vormgegeven in het management van publieke organisaties”.

De dynamiek van samenleving en overheid stelt hoge eisen aan overheidsorganisaties. Zij zijnsteeds meer genoodzaakt om bedrijfsmatig te werk te gaan, waarbij zij zich maatschappelijkdienen te legitimeren en waarbij zij tegelijkertijd het algemeen maatschappelijk belang moeten borgen en bewaken. Een sterk veranderende maatschappelijke omgeving stelt de overheid steeds voor nieuwe vragen en voorwaarden waaraan zij moeten voldoen. Het zoeken naar antwoorden, in termen van beleid, en het tegemoet komen aan die voorwaarden, in termen van democratie, effectiviteit en efficiency, doen een zwaar beroep op het intern functioneren van publieke organisaties en met name op de leidinggevenden. De Master of Public Management van de Universiteit Twente speelt in op deze uitdagingen waarmee managers in de publieke sector te maken hebben of zullen krijgen. Opleidingsdirecteur Fisscher: “In deze opleiding worden bestuurs-en bedrijfskundige inzichten geïntegreerd en toegepast op het management van overheids- en notfor- profit organisaties. Centraal staat de taak op de werkvloer van de deelnemer: het primaire proces. Rondom het primaire proces worden zes aspecten van public management behandeld: Organisatie, Financiën, Beleid, Informatie, Personeel en Politieke context”. Het gaat om een post-academische master waarbij een duidelijke koppeling gemaakt wordt met de praktijk, met aandacht voor methoden van wetenschappelijk onderzoek, internationalisering en intervisie. Fisscher: “De Master of Public Management is de ideale opleiding voor leidinggevenden of afdelingshoofden in de publieke sector, die enerzijds zichzelf willen ontwikkelen en anderzijds een bijdrage willen leveren aan de professionalisering van de organisatie waar zij werken. Daarbij leren zij de mogelijkheden en grenzen van bedrijfskundige instrumenten kennen en toepassen in de context van de overheid”.

Meer informatie over de Master of Public Management en andere mogelijkheden op hetgebied van post-academisch onderwijs binnen de faculteit Management en Bestuur van deUniversiteit Twente is te vinden op de website www.mb.utwente.nl/bpo.