Moderne leiders vragen ander soort MBA


Op vele plekken in de wereld vindt een soort uitputting plaats. Niet alleen worden de natuurlijke hulpbronnen schaarser en verslechtert het milieu, ook steeds meer mensenraken gedemotiveerd of zelfs psychisch, mentaal en emotioneel uitgeput. Als dit zo doorgaat krijgen we steeds vaker te maken met de individuele pijn van mensen en organisaties (werkloosheid, onrust, armoede, burnout, psychische ziekten, “anorexia-scenario’s”) en metde collectieve pijn van de mensheid als geheel (klimaatverandering, droogte, overstromingen, schaarste, natuurrampen, vernietiging).

We leven in tijden waarin iedereen overal en altijd bereikbaar is en we nog steeds slecht met elkaar communiceren; tijden waarin we ondanks de vele elektronische hulpmiddelentoch steeds minder tijd en meer stress hebben dan ooit. Hoe gaan we effectief om met dezealmaar veranderende realiteit? Welke modellen helpen ons nog? Eenzijdige focus op winstmaximalisatie leidt uiteindelijk vaak tot sociaal-economische armoede. Er wordt algesproken van een ‘virus’ wanneer het gaat om aandeelhouderswaarde. De beursgenoteerdebedrijven lijken ermee besmet; virussen maken mensen en bedrijven ziek. We worden gewaarschuwd voor globalisering, “the world is globalising”, maar is dat ook zo? In feite heeft 20 á 30% van de Europese bedrijven wereldwijde spreiding, of doet wereldwijd zaken. 70 á 80% van de Europese organisaties werkt nationaal of doet zaken met andere Europese organisaties. Wat natuurlijk niet wegneemt dat álle organisaties en bedrijven een ‘global responsibility’ hebben. Wie spreekt met directeuren, zowel van grote internationale ondernemingen als van kleinere, krijgt te horen dat hun grootste probleem niet is de macro-analyse of het vormen van een strategie, maar dat ze worstelen met de vraag: “hoe kan ik de creativiteit van mijn mensen optimaliseren”, en “hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn mensen kunnen schitteren?” De meeste CEO’s spreken over ‘menselijk kapitaal’ maar het blijven loze woorden zolang dat kapitaal niet in waarde op de balans is terug te vinden. Er lijkt nog weinig aandacht te zijn voor de bedreigingen van het Angelsaksische model.

 

 

De toekomst vraagt om verbindend, dienend leiderschap


Maar er zijn wel degelijk veranderingen gaande. Mensen, medewerkers komen in opstand tegen de CEO’s die zich gedragen als zonnekoningen. Steeds meer organisaties zoeken manieren om maatschappelijk en milieuvriendelijk te ondernemen. De aandacht voor Planet-People-Profit groeit, in die volgorde. Steeds meer consumenten geven er blijk van dat ze niet meer welvaart willen maar vooral welzijn, mensen zijn op zoek naar geluk, niet naar nog meer van hetzelfde. Behoeften verschuiven van ‘hebben’ naar ‘zijn’. Het is niet voor niets dat er naast het World Economic Forum nu ook een World Social Forum bestaat. Kortom: op het hoogtepunt van wat het Angelsaksische model wordt genoemd waarin kwantificeerbare kennis, logica, rationele analyses, winstmaximalisatie, aandeelhouderswaarde, calculeren en controle de hoofdrol spelen, wordt het steeds duidelijker dat dit model ook zijn beperkingen heeft (computers maken de berekeningen en analyses tenslotte veel sneller en accurater dan mensen!). De toekomst vraagt om leiders die beide hersenhelften gebruiken, holistische denkers & doeners die beseffen dat waarde creëren voor alle ‘stakeholders’ welvaart èn welzijn brengt voor mens en organisatie. Het woord ‘verbinding’ speelt hierin een belangrijke rol.

De toekomst vraagt om moderne leiders die hun financieel-economische kennis en kunde weten te verbinden met sociale en emotionele intelligentie, en dit kunnen omzetten in wijsheid, zo broodnodig in de huidige, steeds veranderende realiteit. Welke de realiteit ook is: werknemers willen zich verbonden voelen met de organisatie, met de producten en diensten de zij leveren, met collega’s, klanten en de omgeving. Zij willen zin en betekenis geven aan hun werkend bestaan, pas dan, wanneer men het gevoel heeft zinvol en betekenisvol bezig te zijn, wordt er met passie gewerkt, kan de energie, de creativiteit en innovatiekracht stromen, dan pas kunnen mensen schitteren. Mensen die schitteren stralen dit af op anderen, met name op afnemers en klanten. Dan volgt de winst als het ware vanzelf.

Dienende leiders verbinden financieel-economische welvaart met het welzijn van mens en organisatie in het besef dat duurzaamheid langer duurt dan korte termijn winst op het aandeel. Dienende leiders laten anderen schitteren en creëren een sterke positieve, waardengestuurde cultuur waarin mensen zich voortdurend verbinden met interne en externe partners, klanten, leveranciers en andere stakeholders. Een cultuur waarin iedereen, van hoog tot laag, open staat voor feedback en bereid is tot leren en zelfvernieuwing. Dienende leiders geven hun medewerkers de ruimte om risico’s te nemen en te experimenteren en aanvaarden dat er soms niets uit komt, of dat er zaken mislukken, zolang er veel van wordt geleerd. In een dergelijke cultuur wordt gezamenlijk nagedacht over de maatschappelijke en milieuverantwoordelijkheid en over hoe men zijn steentje kan bijdragen. In een waardengestuurde cultuur zijn veranderingen vanzelfsprekend omdat men zoekt naar signalen en zich aanpast aan feedback uit binnen- en buitenlandse markten. Dienende leiders hanteren bovendien een ethiek waarin zij hun eigen belang opzij zetten voor het algemeen en het bedrijfsbelang. In andere woorden: gezond strategisch leiderschap beseft dat ‘soft gedoe’ keihard noodzakelijk is, en verbonden dient te worden met de zakelijke kanten van topmanagement. Topmanagers van bedrijven en organisaties zullen moeten streven naar het creëren van zowel economische als sociale waarde voor alle stakeholders op een ethisch verantwoorde en duurzame manier.

 

 

 

Van MBA naar MBL


Business schools en universiteiten zullen moeten inspelen op deze veranderingen en op de vraag naar holistische, verbindende en dienende leiders. MBA programma’s zullen hun focus moeten verschuiven van financieel-economisch naar waarde voor alle stakeholders. Dienend leiderschap zal ontwikkeld moeten worden; daarvoor zijn andere competenties nodig, zoals luisteren, inspireren, ondersteunen, coachen, de kunst van het vragen stellen, integriteit en authenticiteit, aanpassingsvermogen, strategisch inzicht, gevoeligheid voor veranderingen,wijsheid. Studenten zullen een persoonlijk transformatieproces moeten doormaken om verbindingen te kunnen leggen tussen harde en zachte parameters, tussen feiten & cijfers en intuïtie & ervaring, tussen economische sturing en waardengestuurde cultuur. Programma’s zullen moeten ingaan op het dragen van financiële én ethische en sociale verantwoordelijkheid. Niet in één afzonderlijke module, maar geïntegreerd in de gehele opleiding. Psychologie zal een onmisbaar onderdeel worden binnen de Bedrijfskunde.Wiskunde wordt minder belangrijk; topmanagers hoeven geen financiële wizzards tezijn, daar hebben zij hun specialisten voor.

MBA opleidingen zullen nieuwe modellenmoeten ontwikkelen waarin cijfers een plaats hebben naast inspiratie, invloed, allianties, verbondenheid, psychologie, sociologie en ethiek. Leren wordt belangrijker dan onderwijzen,hoorcolleges in grote zalen voldoen niet meer aan de behoefte aan verbinding, samen onderzoeken, samen nieuwe kennis ontwikkelen. De persoonlijke ontwikkeling van de managerstudent wordt even belangrijk als zijn of haar professionele ontwikkeling. Didactisch gezien zullen er nieuwe methoden worden ontwikkeld van kennis onderzoeken, delen en toepassen, ver voorbij de gangbare kennistransfermodellen. Studenten zullen de ruimte moeten krijgen om bestaande kennis kritisch tegen het licht van de nieuwe realiteit te houden en ze zullen leren om paradoxen en tegenstellingen met elkaar te verbinden tot nieuwe kennis. Zij zullen niet alleen leren met cognitieve capaciteiten, maar met al hun zintuigen enmogelijkheden op affectieve, praktische, conceptuele en imaginaire niveaus. Dit vraagt om een dynamische aanpak en holistische benadering van leren. Curricula en faculteit zullen hiervan doordrongen moeten zijn. De Master of Business Administration zal zich ontwikkelen tot Master of Business Leadership, waarin wijsheid belangrijker wordt dan kennis, kwaliteit belangrijker dan kwantiteit, waarin duurzaamheid het wint van de korte termijn en ethiek en integriteit even zwaar zullen wegen als financieel-economische verantwoordelijkheid. Zo kunnen business schools en universiteiten een positieve bijdrage leveren aan het voorkómen van uitputting en leegloop van mensen, bedrijven en de wereld. Studenten en opleiders gaan interessante tijden tegemoet!