Als ze vooral op hun eigen portemonnee letten, valt dat dan niet primair het ‘old boys network’ aan te rekenen dat met goudgerande regelingen deze leidinggevenden hebben binnengehaald? Kortom, er klinkt een roep om nieuw leiderschap. In dit artikel willen we verkennen welke consequenties dit heeft voor het kiezen van een Master in Management studie.
Kernwaarden in het MSc onderwijs
De brochures van management opleidingen wijzen bijna zonder uitzondering op het belang van leiderschap, op het omgaan met diversiteit en op de nadruk op innovatie. Terecht, want dit zijn belangrijke eisen die vanuit het bedrijfsleven aan toekomstige leidinggevenden worden gesteld. Het wil echter nog niet zeggen dat dit ook de kernwaarden zijn die in het onderwijs verankerd zijn. Daarvoor is het zaak om de waarden te achterhalen die zijn geïnstitutionaliseerd binnen een organisatie. Het belang hiervan laat zich treffend illustreren met het volgende adagium: Tell me how you measure me and I will act accordingly. Of met een praktijkvoorbeeld: Indien een verzekeringskantoor extern communiceert over zorgplicht en het voorop stellen van de klant, maar de variabele beloning van medewerkers volledig laat afhangen van de provisies die worden binnengehaald is het voor de medewerker wel duidelijk welke waarden binnen deze organisatie van belang zijn. In het kader, onderaan dit artikel, is een overzicht opgenomen van de kritiekpunten die ten aanzien van management-opleidingen worden geuit.
De moraal van de young professionals
De kritiek op managementopleidingen is een krachtig pleidooi om het anders te doen en leidinggevenden op te leiden met oog voor wat er verder speelt in de maatschappij. Dit roept echter nog wel de vraag op of zo’n soort managementopleiding aansluit bij wat de huidige studenten zoeken in een opleiding? Met andere woorden, waarin verschilt de moraal van de young professionals van andere generaties?
Om de moraal van de young professionals te achterhalen moeten we eerst verduidelijken over welke generatie we het dan hebben. In Nederland wordt daarbij vaak verwezen naar de indeling in generaties die Aart Bontekoning heeft opgesteld:
- De protestgeneratie (geboren tussen grofweg 1940 en 1955):
Zoeken nieuwe idealen, onder andere in superspecialisatie, nieuw leiderschap en ervaringsoverdracht. In de jaren na 2010 zal deze generatie uit organisaties verdwijnen. De vitalen willen ‘zinvol’ doorgaan, desnoods buiten de organisatie. - Generatie X (1955-1970):
Werken meer aan processen dan aan structuren. Bevorderen zelfinitiatief, niet door overtuigen maar door bewustmaken. Kijken minder naar idealen en meer naar bewezen werk. - De pragmatische generatie (1970-1985):
Organiseren zich in netwerken, zijn openener en directer. Zijn minder serieus en formeel, ze willen meer plezier en dynamiek in het werk. Vooral ‘de inhoud’ stuurt. - Generatie Einstein (na 1985):
- Zijn minder geneigd tot aanpassing en waarderen authentieke leiders. Willen niet alleen directe resultaten, maar direct voldoening halen uit wat ze doen. Doen niet een paar dingen, maar veel tegelijkertijd.
Voor dit artikel richten we ons vooral op personen die geboren zijn na 1985: de generatie Einstein. Deze groep is opgegroeid in een tijd waarin de naoorlogse wederopbouw steeds meer naar de achtergrond verschoof en de nadruk meer komt te liggen op globalisering, de val van de Berlijnse muur en de opkomst van internet. Hoe is de moraal van deze generatie te typeren?
In het boek ‘Moralitijd’ wordt deze vraag beantwoord door negen generatiegenoten een essay te laten schrijven over hun morele ijkpunten. Welke momenten in de recente geschiedenis bieden houvast in het denken over goed en kwaad? Dit levert een rijke schakering aan ijkpunten op, variërend van de moord op Pim Fortuyn via de preventieve arrestaties bij demonstraties tegen de UN- en Eurotop tot de sterfdag van Annie M.G. Schmidt. Evert Nieuwenhuizen (2007, p. 94) vat in zijn essay de zienswijze van deze generatie samen onder het label ‘pragmatische idealisten’: “Het praktisch idealisme heeft een positieve instelling: leef naar je idealen omdat de wereld daar beter van wordt en jij je daar beter door voelt. Handel nooit uit schuldgevoel, want dat houdt niemand lang vol. Zorg eerder dat je plezier beleeft aan het verwezenlijken van je idealen”. Het praktisch idealisme heeft daarmee geen overkoepelende ideologie. Houd het praktisch, laat je inspireren door de preciezen, maar leef als een rekkelijke. Daarmee wordt het praktisch idealisme gemakzuchtig en vrijblijvend, maar tegelijkertijd is het een pleidooi voor een ieder om binnen de mogelijkheden die je hebt de daad bij het woord te voegen. De oudere generatie begrijpt hier soms niets van. Zij zijn van de generatie “je doet wat je zegt”. Ofwel zij zeggen wat ze vinden dat ze zouden moeten doen, proberen dat ook te doen en zullen het niet zeggen als de werkelijkheid anders is. De nieuwe generatie is meer van “je zegt wat je doet”. En ja, dat is op het ene moment iets anders dan het andere moment, daar hoef je ook niet geheimzinnig over te doen of doekjes om te winden. That’s life”.
Enkele voorbeelden van initiatieven die door young professionals zijn geïnitieerd staan in het volgende kader weergegeven:
| Initiatieven van young professionals In verschillende sectoren hebben groepen van jonge medewerkers zich verenigd om van binnenuit een sector te veranderen. Zo kent de bouwsector het initiatief van De Nieuwbouw; een netwerk van en voor een nieuwe generatie professionals dat streeft naar vernieuwing in de bouw- en vastgoedsector. Inmiddels heeft de Nieuwbouw ruim 1700 leden (zie www.denieuwbouw.nl). Ook de bancaire sector kent inmiddels een initiatief waarbij de jonge generatie een oproep doet tot verandering. Dit initiatief is begonnen met tien medewerkers van onder meer Triodos, Fortis en SNS die eerst een gezamenlijk manifest hebben opgesteld en vervolgens activiteiten organiseren om de dialoog daarover te voeren. De volgende fragmenten geven meer zicht op dat manifest (bron: http://www.pluspost.nl/jonge-bankiers-actief-in-debat-over-toekomst-banken/15653): “Een groep jonge bankiers in Nederland die zich “FIER” noemt, wil de dialoog over de toekomst van de banksector in Nederland aanjagen. Wij bepleiten dat banken dienend aan de reële economie moeten zijn; de klant staat voorop, daarvoor moet de balans worden ingezet. Banken moeten duidelijk, dus transparant zijn. Ook duurzaam; gedreven door sociale en milieukaders en met oog voor de toekomst van de maatschappij. Bovendien moeten er verschillende soorten banken en bankiers met verschillende achtergronden zijn; divers. Wij menen dat deze vier “D’s” belangrijke voorwaarden zijn om als sector de motor te blijven, waaraan de nationale economie zo’n grote behoefte heeft - op een manier die de maatschappij aanvaart.” “Pogingen om de positie van banken door regulering en wetgeving vast te pinnen zijn begrijpelijk. Een gezonde banksector heeft echter vooral behoefte aan een ethisch kader en sterk leiderschap dat niet “waardenvrij” opereert. Waardenvrij is namelijk waardeloos gebleken. Door zelf het initiatief te nemen tot die herijking vergroten banken hun maatschappelijke geloofwaardigheid en kunnen ze voorkomen door overheidsregels te worden “doodgeknuffeld”. Het rapport van de Commissie Maas is een belangrijke stap. Maar wij denken dat er meer nodig is. Hopelijk levert ons initiatief een bijdrage aan een bancaire sector waarop onze klanten en de maatschappij “FIER” kunnen zijn”. |
Conclusie
In dit artikel zijn we vertrokken met de vraag welke consequenties de huidige ontwikkelingen in het bedrijfsleven moeten hebben voor het kiezen van een Master in Management studie. Daarbij bleek dat er tegen de achtergrond van de economische crisis belangrijke kanttekeningen zijn te plaatsen bij de opzet van een managementopleiding. Het kan ook anders. Binnen Nyenrode Business Universiteit werken we hieraan door onze programma’s zoveel mogelijk te richten op het opleiden van ondernemende leidinggevenden met oog voor wat er in de maatschappij gebeurt: Nurturing leaders with a back-bone to serve future generations. De ambitie staat vast, waarbij de realiteit is dat er meerdere jaren nodig zijn om dit in alle haarvaten van een onderwijsprogramma te laten doordringen. Bovendien geeft de realiteit aan dat dit een proces is van vallen en opstaan. Er is echter geen weg terug, want de mindset van young professionals maakt dat zij zinvol werk willen doen, daar resultaten mee willen bereiken en authenticiteit waarderen.
Dat vereist een appèl op hoofd, hart en handen in hedendaagse managementopleidingen.
Referenties
– Nijhof, A. (1999), Met zorg besluiten, Twente University press, Enschede
– SER (2001), Winst van Waarden / Corporate Social Responsibility; A Dutch Approach, Assen: Van Gorcum.
– Harvard Business Review (2009), How to Fix Business Schools, p. 1-74. To order copies of the report, go to harvardbusiness.org Product no. 12573
| Reflecting on the lessons of the global financial crisis for business schools In 2009 the Harvard Business Review organized a debate about “How to fix business schools”. The background of this debate is that - reading the press - there is outrage at the fact that the most prestigious MBA programs produce graduates who undermine the corporate and societal interest in pursuing their own narrow self-interest. Business schools may be partially to blame for the global financial and economic crisis. This debate resulted in a report with over 400 essays of thought leaders and insightful comments of readers. The main issues addressed in this report are:
|

