Mw mr J.M.C.W. Schattenberg
Belastingadviseur, Adviesgroep Loon- en Premieheffing BDO
Investeren in scholing van werknemers is niet alleen van groot belang om hen te behouden, het is ook financieel aantrekkelijk. De fiscus betaalt flink mee via de scholingsaftrek (voor de profitsector) en de afdrachtvermindering scholing non-profit (voor ondernemingen die niet aan de inkomsten- of vennootschapsbelasting zijn onderworpen).
I. De scholingsaftrek
De scholingsaftrek houdt in dat een onderneming een deel van de scholingskosten extra in aftrek mag brengen bij het bepalen van de winst uit onderneming. In beginsel is dit twintig procent.
Wordt niet meer dan 129.000 euro geïnvesteerd in scholing, dan wordt over de eerste 31.000 euro aan kosten een extra aftrek van veertig procent verleend. Aan de totaalaftrek per kalenderjaar zit een plafond van 2.470.000 euro.
Sinds 1 januari 2003 wordt het percentage van de extra aftrek niet meer verhoogd als de scholing geldt voor werknemers die veertig jaar of ouder zijn.
De scholingsaftrek wordt voorts verhoogd met twintig procent van de scholingskosten die nodig zijn om de werknemers op het startkwalificatieniveau te brengen.
Het begrip "scholing"
Onder de begrippen "scholing" en "scholingskosten" vallen onder andere:
· cursussen, opleidingen of studies voor een beroep;
· startkwalificatiecursussen;
· de arbeidskosten van personen in het bedrijf voorzover deze zich bezighouden met het geven van de scholing;
· studiemateriaal en apparatuur van het bedrijf die voor ten minste zeventig procent worden gebruikt bij de scholing;
· de kosten en lasten van gebouwen of ruimten in gebouwen die voor ten minste zeventig procent worden gebruikt voor de scholing;
· op grond van een cao verplichte bijdragen aan scholingsfondsen, voor zover die bijdragen door het fonds worden benut voor scholing.
Niet onder de regeling vallen:
- uitgaven voor congressen, seminars, excursies, studiereizen;
- cursussen gericht op verbetering of vergroting van de persoonlijke uitrusting van werknemers;
- werkinstructies;
- "training on the job";
- wekelijkse "bijpraatuurtjes";
- reis- en verblijfkosten;
- kosten wegens gederfde arbeidstijd;
- kosten van advies over scholingsbeleid.
I
n de onderneming werkzame personen
De scholingsaftrek is van toepassing op scholingskosten van personen die feitelijk werkzaam zijn in de onderneming. Dit zijn de werknemers, de ondernemer, diens meewerkende partner, uitzendkrachten en gedetacheerde werknemers. Wel geldt dat slechts één werkgever de kosten kan aftrekken.
Subsidies
Een bedrijf moet subsidies of andere tegemoetkomingen die het in het kader van diverse stimuleringsregelingen ontvangt voor scholing in mindering brengen op de scholingskosten. De extra aftrek is te berekenen over het verschil.
II. Afdrachtvermindering scholing non-profit
Sinds 2002 mag een werkgever in beginsel twaalf procent van de scholingskosten verrekenen met de af te dragen loonheffing.
Indien de scholingskosten niet meer bedragen dan 129.000 euro wordt over de eerste 31.000 euro een afdrachtvermindering van negentien procent verleend.
Sinds 1 januari 2003 wordt het percentage van de afdrachtvermindering niet meer verhoogd als de scholing geldt voor werknemers die veertig jaar of ouder zijn.
De afdrachtvermindering scholing wordt verhoogd met zeven procent van de scholingskosten die nodig zijn om de personen die in de organisatie werken op startkwalificatieniveau te brengen.
De afdrachtvermindering scholing non-profit bedraagt per werkgever maximaal 794.115 euro per kalenderjaar.
Subsidies
Ook hier geldt dat de werkgever de kosten moet verminderen met bedragen die hij van derden heeft ontvangen of nog zal ontvangen voor scholing, zoals subsidies of andere tegemoetkomingen. Over het verschil mag hij de afdrachtvermindering scholing berekenen. Tegemoetkomingen die de werkgever direct of indirect, via zogeheten sectorfondsen, van de rijksoverheid ontvangt of bijdragen die hij via die fondsen van derden ontvangt, hoeft hij niet in mindering te brengen.
Wijziging percentages
De werkgever moet er rekening mee houden dat de percentages van de scholingsaftrek en de afdrachtvermindering scholing non-profit te allen tijde bij ministeriële regeling kunnen worden vervangen door andere.
Administratieve voorwaarden
De werkgever die van deze faciliteiten gebruik wil maken hoeft daarvoor geen goedkeuring of toestemming van de fiscus te vragen. Wel moet hij een aantal administratieve voorwaarden in acht nemen. Dat geldt ook indien hij gebruik wil maken van de afdrachtvermindering onderwijs, een fiscale faciliteit wanneer een bedrijf werknemers in dienst heeft die een opleiding volgen in het kader van de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL), voor het behalen van het startkwalificatieniveau volgens de duale leerweg in het hbo en voor aio's en oio's.

