MBA; terecht een veel besproken studie


Kai Peters,
Dean Rotterdam School of Management

Aan het begin van de twintigste eeuw werd het bedrijfsleven een steeds complexere aangelegenheid. De omvang en complexiteit van bedrijven groeiden naarmate technologische innovatie, globalisering en gecompliceerde financiële systemen hun intrede deden. Het betekende dat kleinere bedrijven niet meer in hun eentje konden opboksen tegen de uitdagingen die de industrialisatie met zich meebracht. In die tijd gingen veel grote bedrijven die we vandaag de dag kennen van start, voornamelijk in technische sectoren: General Electric, Philips, Ford en Shell.

De omvang van deze bedrijven creëerde een behoefte aan mensen die in staat waren om de bedrijven succesvol te leiden. Gespecialiseerde managementopleidingen bestonden nog niet en de managers die er waren hadden vaak een economische of juridische achtergrond. Sommige universiteiten in de Verenigde Staten zagen een kans. Dartmouth College en de Universiteit van Pennsylvania introduceerden iets nieuws en innovatiefs: een Master of Business Adminstration Programma (MBA). Het concept was potentiële managers een studieprogramma bieden dat hen bekend zou maken met de taken en uitdagingen die hun in de nieuwe, grote ondernemingen te wachten zouden staan. Een tweejarig programma werd geontroduceerd als vervolg op hun doctoraalopleidingen. Deze toelatingseis werd later enigszins aangepast om studenten die al werkervaring hadden opgedaan, ook toe te laten.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak hadden veel managers in grote ondernemingen in de Verenigde Staten aan een Business School gestudeerd. Veel Amerikaanse bedrijven werden gezien als zeer
succesvol, zowel op de grote Amerikaanse markt, als wereldwijd.
Toch was er ook kritiek, op de business schools in het algemeen en op de MBA-programma's in het bijzonder. De kritiek die direct na de oorlog ontstond, richtte zich vooral op de starheid van de programma's en op de (ir)relevantie voor het bedrijfsleven. Dat leidde tot een heroriëntatie van de business schools in de Verenigde Staten.
Er werd meer aandacht besteed aan een nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, en op een grondige wetenschappelijke basis. Hierdoor hebben de business schools de prestigieuze reputatie verworven die ze vandaag de dag nog steeds genieten.

Na de Tweede Wereldoorlog leidden vergelijkbare ontwikkelingen als in de Verenigde Staten tot de opkomst van business schools in Europa. In de jaren vijftig ontstonden in Frankrijk en Engeland business schools. In Nederland werd dit gestart midden jaren zestig door een groep bedrijven als Philips en Shell. Al snel ontstonden aanmerkelijke verschillen tussen de scholen in de Verenigde Staten en Europa. Als gevolg van de grote verscheidenheid en het internationale karakter van het bedrijfsleven in Europa, ontwikkelden de Europese scholen verschillende modellen. Deze opleidingen sloten aan bij het specifieke karakter van het bedrijfsleven in een bepaald land -f ze focusten meer op de behoeften van het internationale bedrijfsleven in plaats van een specifieke markt.

Curriculum en Programmastijlen


Business schools proberen de vraagstukken na te bootsen waarmee managers in het bedrijfsleven geconfronteerd worden. Scholen combineren daarom een gestructureerde, analytische aanpak met een praktische focus om zaken gedaan te krijgen. Dit creëert een stimulerend, interessant curriculum waarin managers de kennis en vaardigheden ontwikkelen om eerst goed over een situatie na te denken en om vervolgens hun mouwen op te stropen om ervoor te zorgen dat hun plannen ook worden geomplementeerd.
Business schools gaan ervan uit dat managers in de profit, non-profit en overheidssector allen met dezelfde uitdagingen geconfronteerd worden. Deze uitdagingen omvatten financiële vraagstukken, het managen van mensen, vragen over de levering van producten en diensten en over de effecten van technologie.

Kandidaten voor een business school hebben daarom allemaal verschillende achtergronden. Studenten die wiskundige waren, nucleaire ingenieurs, artsen, historici en creatieve schrijvers. Wat de kandidaten gemeen hebben is een afgeronde academische opleiding en enkele jaren werkervaring. Vanwege de grote diversiteit beginnen de meeste MBA-programma's met een kernprogramma dat als doel heeft de kandidaten een zelfde basis te geven op het gebied van accounting, financiën, marketing en personeelsmanagement. In het tweede deel van het MBA-programma kunnen de studenten het programma meer afstemmen op hun eigen wensen en behoeften. Dit tweede deel bestaat onder andere uit een stage en uit zo'n zestig keuzevakken waaruit de studenten er tien moeten kiezen. Naast de academische vakken legt een MBA veel nadruk op persoonlijke ontwikkeling en effectiviteit. Hierdoor ontstaat een geïntegreerd programma dat een omgeving creëert waarin de ervaringen veel lijken op de dagelijkse managementpraktijk.

Binnen deze reeks van gemeenschappelijke doelen, bestaat een grote mate van diversiteit tussen de verschillende business schools. Er bestaan verschillende filosofieën over hoe een curriculum eruit zou moeten zien, hoe lang het programma moet duren, en op welke industriële sectoren en geografische gebieden het programma zich zou moeten richten.

Er zijn ook nog andere verschillen die van groot belang zijn. De kwaliteit van een business school hangt nauw samen met de kwaliteit van de
docenten die in het programma lesgeven én van de studenten die er studeren. Dit wordt al snel een synergetische relatie. Als een business school hoog staat aangeschreven, zal de kwaliteit van de
studenten toenemen. Als de kwaliteit van de studenten hoger wordt, zal hun succes bij de rekruterende bedrijven ook toenemen, en daarmee weer de reputatie van de school. Het is daarom van groot belang dat een potentiële MBA-student de pakweg duizend business schools in de wereld in kaart brengt om de beste match te vinden tussen zijn eigen doelen en de school die het beste daarin voorziet en het beste bij de student past.

Fulltime en Parttime MBA-programma's


Binnen de grote variëteit aan bestaande MBA-programma's bestaan twee typen opleiding: voltijd en deeltijd MBA-programma's. Fulltime programma's duren tussen de 12 en 21 maanden. Gemiddeld hebben de studenten per week 15 tot 20 uur les en daar bovenop komt een studiebelasting van zo'n 30 - 40 uur. Dat laatste bestaat uit lezen, cases en presentaties voorbereiden, onderhandelingen, simulaties en een reeks van online leeropdrachten. Bijna alle studenten in het fulltime programma streven een carrireswitch na en hebben hun baan daar dus voor opgezegd. Dit in tegenstelling tot parttime studenten die naast hun studie hun baan behouden. Deze opleidingen zijn in het algemeen langer want het aantal contacturen in fulltime en parttime programma's is
nagenoeg gelijk.

De verschillen in leeftijd en ervaring van de deelnemers in een parttime programma zijn behoorlijk groot. In de parttime programma's varieerde de leeftijd van 28 tot 50 jaar. Er zijn verschillende programmastijlen om recht te doen aan alle studenten.
Van oudsher bestaan er avondprogramma's, weekendprogramma's en modulaire programma's. In toenemende mate zien we een soort hybride parttime programma waarin bedrijven een actieve rol spelen in het continueren van de opleiding van hun medewerkers.
Of een fulltime of parttime programma meer geschikt is voor een individuele participant hangt sterk af van de persoonlijke omstandigheden. Wil iemand een nieuwe richting kiezen in zijn of haar carrière of zich juist verder, diepgaander ontwikkelen? Wil iemand van werkgever veranderen of juist groeien in een bedrijf? Wil iemand in eigen land blijven of een nieuw perspectief op management ontwikkelen door in het buitenland te gaan werken?

Wat betekent een MBA voor jou?


Een MBA heeft een sterke reputatie, maar een programma kan alleen verder bouwen op de vaardigheden die een individu al in huis heeft. Hoe goed de reputatie van een MBA-programma ook is, het kan nooit iemand volledig veranderen. Een MBA beoogt feitelijk een verbreding van de
managementcapaciteit die mensen al bezitten. Als de uitdagingen in het bedrijfsleven je aantrekken, als je kunt omgaan met de onzekerheden die besluitvorming en het managen van mensen met zich meebrengen leuk vindt, dan kan een MBA je helpen om je vaardigheden en vermogens te ontwikkelen. Pas in de context van je eigen CV kan een MBA zinvol zijn. Wat heb je eerder gestudeerd, waar heb je gewerkt, hoe succesvol was je en hoe kan een MBA passen in je totale carrière?